Archief | mei 2014

De arrivist

drijvend op paarse, pluchen wolken
heilig en souverein beschut
waant hij zich hoog en zonder zorgen
boven dat plebejaanse grut

“grut” dat zich naarstig en gedreven
gedwee van zijn opdrachten kwijt
doch nergens een mening mag geven
ingaand tegen zijn ijdelheid 

ik gun hem d’eenzame kastelen
doordrongen van ‘t eigen gelijk
wat kan hem ’t paardevolk ook schelen
dat zich zelfs op zijn kap verrijkt !

kom grendel nu zijn blaffeturen
hij wil immers eenzaam verzuren …

 

Advertenties

in sepia

 

in sepia

mijn ouderlijk huis
langs het mulle pad
zittend op de buis
wijl papa hard trapt

het wassende koren
papavers in knop
een bos schuine schoren
met opklimmend hop

Vlaamse kasseien
ik daver en boet
langs beemden en weien
het dorp tegemoet

-oOo-

in kleur

een blauwplaten loods
langs een drukke straat
na d’uren heel doods
waar geen mens nog heengaat

aanfloepend neon
naast silo’s van staal
verlichten ’t beton
en de bermen zo kaal

de geur van looizuren
drijft met d’ avondwind
langs wering en muren
waar de woonwijk begint

De Baileybrug

een fier geniak beroept zich niet
op God noch op Hercules
maar plant zelf zijn theodoliet
en start de procedures

hij meet de boorden van de bres
bij de vroegste dageraad
berekent, tekent, schat en schetst
met stift op oleaat 

vijf keren klept een verre kerk
de mannen arriveren
dozers en scrapers ruimen ’t perk
kipwagens circuleren

panelen worden klaargezet
op draagrollen gesteld
de pinnen worden ingevet
geklist met een borgspeld 

dwarsliggers worden aangesjouwd
en laten zich vastklinken
geen van de pioniers verflauwt
zelfs nu de ploert gaat zinken

verbanden schoren het geheel
de brug wordt flink wat stroever
met alle krachten in ‘t gareel
haalt men de landingsoever

 

Zoutleeuw

tussen de gevels en gezellen
van deze oud-brabantse stad
hoorde ik ‘t metselwerk vertellen
van ’t goud en ’t graan dat het bezat

de barkjes, boordevol geladen,
schipperend langs de smalle vliet
gooiden hun lading op de kaden
overheen ‘t ruisend, ranke riet

kartouchen, kruit en kanonballen,
uit Luiks of Brabants arsenaal
belaagden hier markten en hallen
en torens van de kathedraal

verzonken in venig verleden
onder de nevels van de tijd
leek deze stad te zijn bezweken
tot het vernuftig werd bevrijd … (*)

 

(*) ir-arch Paul Buvens (+10/05/2009) wekte in 1996 de Gete-boorden van Zoutleeuw architecturaal opnieuw tot leven met vistrappen, kaaimuren, brugjes en dorpsfonteinen  tot grote vreugde van de Leeuwenaren … 

Handarbeid

mijn hand streelde haar ranke lende
volgde haar welving met genot
mijn vinger zocht het ronde builtje
dat zich zo delicaat verstopt

met zachte en subtiele greepjes
lichtte ik ongemerkt haar jurk
mijn handpalm wrikte ongenadig
toen sprong heel explosief

… de kurk

 

Ochtend in Toscane

doorheen de zonverschilferde luiken
treft mij, als een bedwelmend gedicht,
de geur van tijm en lavendelstruiken,
drijvend op vroeg geelglorend licht 

door halfgeopende blaffeturen
van het pension, badend in rust,
bekijk ik de tufstenen muren
van ‘t oude dorp op de heuvelrug 

verdronken in de stille pracht
die het land der latijnen biedt
begroet ik ‘t einde van de nacht
en de tuinier die de bloemen giet …

 

 

 

begijnhof

vroegmiddeleeuws emanciperen
van die duivelse fallocraat
zonder de nering te ontberen
waar ‘t kloosterleven zo op staat :

het maakte vrouwen tot begijnen
verenigd in een veilig nest
ervoor beducht niet weg te kwijnen
altijd nabij een stadse vest

zo profaan, werelds en toch vroom
met grootboek en met weesgegroet
vestigden zij met stille schroom
gewaardeerd Vlaams werelderfgoed

 

(dit gedicht prijkt op de bladwijzer die de bezoeker van het Tongerse begijnhof meekrijgt)