Adagio

de orgelpijpen vallen hijgend dicht
na hun halsbrekende toccata-plicht
hun galm versterft deinend in rimpels
begeleid door hoofse klavecimbels

partituren zien hun einde naderen
neerdwarrelend als herfstige bladeren
hobo en fagot blazen de laatste zucht
en nemen met de cello de vlucht

nog klinkt de harp in weemoed en tranen
tot droefenis van de melomanen
wijl de paukenist, met stille trom,
de wijk neemt met de bandoneon

de contrabas herstrijkt het pad
waarlangs het opus zijn ontbarsting had
waar jachthoorns nu nog schel nazinderen
en vermoeide violen vluchtig vervlinderen

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s