De ladder danst niet meer

takken treuren kreunend
onder zwaarrijpend ooft
de vrijheid van de ladder
werd door twijgen geroofd

een distel schiet eenzelvig
langs ’t koeienpad omhoog
ten teken dat zich niemand
nog naar d’hoeve bewoog

waar dieren zijn verdwenen
en de akker in hooi schoot
daar vond het wild t’rug leven
en de oude boer de dood …

Advertenties

Zomernacht

terwijl een vleermuis schichtig
de nok van het dak ontschiet
zoekt een nachtvlinder plichtig
welke kelk nog honing biedt

kruinen doemen dominant
dreigend in de duisternis
muggen zwermen delirant
rondom dotterbloem en lis

een zacht briesje maakt het zoel
wijl de sterrenbeelden klimmen
onder Cassiopeia’s stoel
zie ik ’t rijk der muzen schimmen

De ladder danst

een late hond sterft blaffend weg
in de aanhef van de zomernacht
langsheen de bogaard lijnt de heg
de manden waarin ’t plukfruit wacht

wielen knarsend in het grind
wekken de zongebruinde krachten
zodra de knecht de paarden bindt
verlaadt men stil de zomervrachten

het duister valt als kar en ruinen
tot stilstand komen bij de poort
swijlst danst boven de lege kruinen
de ladder zat zigzaggend voort

Alpe d’Huez

net had ik de klim gewonnen
van de koninginnerit
door de media besprongen
werd ik plots een wereldhit

columnisten van L’Equipe
peilden naar mijn Ronde-kansen
weer een Belg die met een stip
‘n poep liet ruiken aan de Fransen

kurken knalden luid en talrijk
tifosi joelden door de straat
babes en missen uit heel Frankrijk
wilden met mij op de plaat

opgezweept en zegedronken
hoorde ik aanvanklijk niet
de bevelen en het bonken
van de Tour-gendarmerie

mannen in het blauw met pet
sloegen mij strak in de boeien
daarna in hun camionnette
waarop de sirenes loeiden

zwaarbeduusd op d’achterbank
zag ik bloedpikuren naad’ren
tierend over dope en drank
duwden ze die in mijn aad’ren

’t wit van mijn bolletjestrui
kleurde rood van ’t spuitend bloed
toen men mij op de fauteuil
krachtig scheidde van mijn broek

buisjes en andere slangen
dreef men om mijn edelwerk
knijpend met steriele tangen
spoot d’urine door het zwerk

ook mijn haar moest het ongelden
scharen zochten om een spriet
hun chef ging toen aan het schelden
over mijn hematochriet

slingerend door haarspeldbochten
langs rotsen, onherbergzaam,
zag ‘k hoe paparazzi vochten
met hun Canon door het raam

ik dekte mij en sloot de ogen
ik vervloekte de ploegarts
nooit meer zou ik hem geloven
mijn carrière werd een frats

plotsklaps ging de wagen zwalpen
‘k opende mijn ogen in paniek
ik zag die beelden van de Alpen
bij een Sporza-generiek

Genie aan ’t werk

de pioniers nemen gedreven
hun vuurwerktassen van de haak
het order werd zopas gegeven
voor een snode vernielingstaak

de road&bridge-kaart wordt gevouwen
de explosieven opgehaald
tussen de ladders en de touwen
schikt men het pyro-materiaal

klimmend en hangend wordt halsbrekend
het kunstwerk minutieus verkend
de knalkoordlengte wordt berekend
voor een correct compassement

boorgaten worden aangebracht
dispositieven voorbereid
precies op punten waar de kracht
het efficiëntst wordt ingeleid

ontstekers, op het koord geknepen,
schuiven omzichtig in het kruit
waarna de sectiechef tevreden
de trage lont ontrolt en sluit

De Cartoonist

hij verstuikt zijn ongeremde geest
op iets actueel,
broedt spiritueel
en ziet zijn kans schoon

achter zijn bontgevlekte leest
wordt hij surreëel,
bet vlug zijn penseel
en ontbindt zijn demoon

als een onbedaarlijk tempeest
kliedert hij in roes,
doorbreekt de taboes
rond kerk, kruis of kroon

zodra het perkament werd gevleesd
met verve gevoed,
licht ieder zijn hoed :
het is buitengewoon !

Traben Trarbach

onder een zon die flanken scheert
en morgenzacht de ranken streelt
waart ijl een neveldampend waas
over het koele water

hoog in de zomerse vallei
siert in een schitterend corbeille
het goud van jaarlijkse cultuur
dit oogstrelende kader

ergens onder een schaliedak
bulken straks trossen in een bak
waaruit een pers hen knarsend drijft
in vaten van geklater